betrekkelijk voornaamwoord

synoniem = relatief pronomen

Het betrekkelijk voornaamwoord leidt betrekkelijke bijzinnen in en verwijst naar een voorafgaand woord of zinsdeel, het zogenaamde antecedent. Het betrekkelijk voornaamwoord past zich aan het woordgeslacht van het antecedent aan. In de volgende voorbeelden zijn de antecedenten onderstreept en de betrekkelijke voornaamwoorden gecursiveerd.

  • de tafel die daar staat
  • het boek dat daar ligt
  • de boeken die daar liggen
  • iets wat ik niet begrijp
  • Ze was blond en sympathiek, wat hem erg beviel.

Soms is het antecedent niet expliciet uitgedrukt, maar ligt het besloten in het betrekkelijk voornaamwoord zelf. We spreken dan van een ingesloten antecedent. Zo'n ingesloten antecedent kunnen we expliciet maken.

  • Wie niet weg is, is gezien. (wie = 'degene die')
  • Wat komen moet, dat komt. (wat = 'datgene wat')
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 10.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons