coma: de coma / het coma

Coma kan in het Nederlands zowel een de-woord als een het-woord zijn, zonder betekenisverschil. U kunt uw taalgevoel volgen, maar pas uw keuze wel consequent toe.

  • Als u de coma zegt, zegt u ook die/deze coma, elke coma en krijgt een bijvoeglijk naamwoord altijd een buigings-e: de diepe coma, een diepe coma, diepe coma.
  • Als u het coma zegt, zegt u ook dit/dat coma, elk coma en krijgt een bijvoeglijk naamwoord geen buigings-e na een, geen, elk en welk: een diep coma, geen diep coma, elk diep coma. Ook als er niets aan voorafgaat, blijft het bijvoeglijk naamwoord onverbogen: diep coma.
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 10.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons