figuur: de figuur / het figuur

Figuur kan in de meeste betekenissen zowel een de-woord als een het-woord zijn. In de betekenissen 'gestalte, lichaamsvorm' en 'indruk die iemand maakt' is er een sterke tendens om het figuur te gebruiken.

  • Ze heeft een slank figuur.
  • Hij sloeg een mal figuur.

In de andere betekenissen kunt u uw taalgevoel volgen, maar pas uw keuze wel consequent toe.

  1. Als u de figuur zegt, zegt u ook die/deze figuur, elke figuur, onze figuur en krijgt een bijvoeglijk naamwoord altijd een buigings-e: de mooie figuur, een mooie figuur, mooie figuur.
  2. Als u het figuur zegt, zegt u ook dit/dat figuur, elk figuur, ons figuur en krijgt een bijvoeglijk naamwoord geen buigings-e na bijvoorbeeld een en elk: een mooi figuur, elk mooi figuur, mooi figuur.
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 10.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons