geen van beiden is / zijn, geen van beide is / zijn

Als geen van beide(n) onderwerp van een zin is of er deel van uitmaakt, is een enkelvoudige persoonsvorm correct. Geen is dan de kern van het onderwerp, van beide(n) is een nabepaling bij die kern. De persoonsvorm komt in getal overeen met de kern geen ('niet één, niemand').

  • Geen van beiden is bereid zich te verontschuldigen.
  • Jan en Erik werden allebei verwacht, maar geen van beiden was aanwezig.
  • Geen van beide mannen werd geselecteerd.
  • Ervaring? Diploma? Geen van beide is op mij van toepassing.
  • De twee mannen kwamen om afscheid te nemen. Geen van beide wilde met ons mee.

Als geen van beide(n) niet het onderwerp van de zin is en er ook geen deel van uitmaakt, is een meervoudige persoonsvorm correct.

  • Geen van beiden zijn ze bereid zich te verontschuldigen.
  • Jan en Erik waren geen van beiden aanwezig.
  • Ervaring? Diploma? Geen van beide zijn ze op mij van toepassing.
  • De twee mannen kwamen om afscheid te nemen. Geen van beiden wilden ze met ons mee.
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 10.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons