koppelwerkwoorden (taalkundige term)

Een koppelwerkwoord is een werkwoord dat het onderwerp van een zin 'koppelt' aan een naamwoordelijk deel (een zelfstandig of een bijvoeglijk naamwoord, of een equivalent daarvan). In tegenstelling tot een zelfstandig werkwoord kan een koppelwerkwoord nooit zelfstandig voorkomen. Het komt altijd voor in combinatie met een naamwoordelijk deel. De belangrijkste koppelwerkwoorden zijn zijn, worden en blijven. Daarnaast worden ook de werkwoorden blijken, lijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen als koppelwerkwoord gebruikt.

  • Lisa is lief. (lief = het naamwoordelijk deel)
  • Ik word later burgerlijk ingenieur. (burgerlijk ingenieur = het naamwoordelijk deel)
  • Kim lijkt te vertrouwen, maar ze is het niet. (te vertrouwen en het = het naamwoordelijk deel)
  • Hij kan niet de dader zijn. (de dader = het naamwoordelijk deel)
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 10.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons