plaatsvinden (vervoegen)

Vervoeging:

  • het vindt plaats, ze vinden plaats
  • … dat het plaatsvindt, … dat ze plaatsvinden
  • het vond plaats, ze vonden plaats
  • … dat het plaatsvond, … dat ze plaatsvonden
  • het heeft plaatsgevonden

Het werkwoord plaatsvinden wordt in één woord geschreven. Ook de vervoegde vormen schrijven we in één woord, tenzij de twee delen (plaats en vinden) gescheiden worden door andere woorden (bijvoorbeeld: dat iets plaats heeft gevonden), of de volgorde ervan gewisseld is (bijvoorbeeld: iets vond plaats).


aaneenschrijven - vervoegde werkwoordsvormen

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 10.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons