reden / rede

De betekenis van reden is 'dat wat de mens doet handelen of tot iets brengt, drijfveer, grond, beweegreden' of 'dat waarmee iemand zijn daden of zijn overtuiging motiveert, argument, motief'. Een reden is iets subjectiefs, heeft te maken met de menselijke wil of een menselijke keuze.

  • Ze is plots vertrokken, zonder een reden op te geven.
  • Er zijn veel goede redenen om te stoppen met roken.
  • De school wil er graag zeker van zijn dat de leerling met reden afwezig is en niet spijbelt.
  • De verdediging voerde een aantal redenen aan om mevrouw De Mey als getuige te horen.

De betekenis van rede is 'denkvermogen, oordeel', 'redelijkheid, billijkheid', 'het of iemands spreken', 'manier van spreken' of 'toespraak, redevoering'.

  • De mens is een met rede begaafd wezen.
  • Een kind heeft nu eenmaal momenten waarop het niet voor rede vatbaar is.
  • Het stoort me dat je me constant in de rede valt.
  • 'Ze zei dat ze me geloofde' is een zin in de indirecte rede.
  • In haar dankrede pleitte de laureate voor de verdediging van de kunst in moeilijke tijden.
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 10.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons