veelgemaakte fouten - vervoeging van werkwoorden

1. hij kloeg / klaagde
Gebruik de correcte vormen voor de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en het voltooid deelwoord.

werkwoord

onvoltooid tegenwoordige tijd

onvoltooid verleden tijd

voltooid deelwoord

aflassen afgelasten

ik las af gelast af, je/hij last af gelast af

laste af gelastte af

afgelast

breien

_

bree breide

gebreeën gebreid

durven

_

dierf durfde

gedurfd

ervaren

_

ervaarde ervoer

ervaren

heffen

_

hefte hief

gehoffen geheven

klagen

_

kloeg klaagde

geklaagd

kunnen

_

kon

gekunnen gekund

rekken
(uitrekken, verrekken)

_

rok rekte

gerokken gerekt

slaan
(afslaan, opslaan, inslaan, toeslaan, ontslaan)

ik slaag sla, je/hij slaagt slaat

sloeg

geslaan geslagen

slagen
(in iets, voor een examen)

ik slaag, je/hij slaagt

slaagde

geslaagd

uitpluizen

_

pluisde uit ploos uit

uitgepluisd uitgeplozen

varen

_

vaarde voer

gevaren

vouwen

_

vouwde

gevouwd gevouwen

vriezen

_

vroos vroor

gevrozen gevroren

wuiven

_

woof wuifde

gewoven gewuifd

zeggen

_

zegde zei

Zegde is alleen correct bij sommige samenstellingen en afleidingen:
zegde/zei af, zegde/zei na, zegde/zei toe, ontzegde/ontzei.

gezegd

Bij een aantal werkwoorden is er een betekenisverschil.

werkwoord

vervoeging

voorbeeld

scheppen

  • maken, creëren: schiep, geschapen
  • andere betekenissen: schepte, geschept
  • Hij schiep orde in de chaos.
  • Ze schepte zand in haar emmertje.
  • Petra schepte genoegen in het ontmaskeren van zijn ijdelheid.

scheren

  • afsnijden: schoor, geschoren
  • snel bewegen; rakelings en snel passeren: scheerde, gescheerd
  • Hij heeft zijn baard geschoren.
  • Het vliegtuig scheerde over de huizen.
  • De film scheerde geen hoge toppen.

zweren

  • een eed afleggen: zwoer, gezworen
  • etteren: zwoor/zweerde, gezworen
  • Hij zwoer hem eeuwige trouw.
  • De wond zwoor/zweerde.


2. de leerling is gestraft geworden / is gestraft geweest / is gestraft
Gebruik in passieve constructies niet de voltooide deelwoorden geworden en geweest.

niet

maar wel

De leerling is gestraft geworden wegens afkijken.

De leerling is gestraft wegens afkijken.

De gerestaureerde gebouwen zijn onlangs in gebruik genomen geworden.

De gerestaureerde gebouwen zijn onlangs in gebruik genomen.

Het jeugdhuis is altijd stiefmoederlijk behandeld geworden.

Het jeugdhuis is altijd stiefmoederlijk behandeld.

Zijn as is op zee verstrooid geweest.

Zijn as is op zee verstrooid.

Uren en uren is er naar de oorzaak gezocht geweest.

Uren en uren is er naar de oorzaak gezocht.

Let op het verschil met actieve zinnen waarin geweest en geworden geen hulpwerkwoorden van het passief maar koppelwerkwoorden zijn. Bijvoorbeeld: Els is gisteren erg verstrooid geweest; De Oosterschelde is in korte tijd heel geliefd geworden bij natuurliefhebbers. Zulke zinnen zijn wel correct.


vervoeging van werkwoorden - hebben, zijn, kunnen, willen, zullen
moeten, hoeven en mogen - veelgemaakte fouten
werkwoorden in enkelvoud of meervoud - veelgemaakte fouten
werkwoordsvolgorde - veelgemaakte fouten

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 10.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons