veelgemaakte fouten - voornaamwoorden

1. het bestuur en haar / zijn leden
Gebruik het bezittelijk voornaamwoord zijn om naar een het-woord te verwijzen.

Zijn is het onzijdige bezittelijk voornaamwoord. Het is dezelfde vorm als het mannelijke bezittelijk voornaamwoord.

De foute verwijzing met haar komt vooral voor bij onzijdige verzamelnamen, zoals bestuur, college en panel.

  • Het bestuur verdeelt de taken onder haar zijn leden.

  • Ik bedoel het panel in haar zijn huidige samenstelling.

Namen van steden, landen en werelddelen zijn doorgaans het-woorden en dus onzijdig: het zonnige Madrid, het kleine België, het grote Europa. Hetzelfde geldt voor firmanamen zonder betekenisvol kernwoord: het Duitse Miele. Verwijs naar zulke eigennamen ook met het bezittelijk voornaamwoord zijn.

  • Brussel heeft nu haar zijn eigen strand.

  • Londerzeel eert daarmee haar zijn beroemde inwoner.

  • Toen vierde Miele haar zijn honderdste verjaardag.

  • Plantyn meldt dat op haar zijn website.

Als u de eigennaam door een soortnaam laat voorafgaan, richt het bezittelijk voornaamwoord zich naar dat woord: De gemeente Londerzeel eert daarmee haar beroemde inwoner (gemeente is een vrouwelijk woord); De uitgeverij Plantyn meldt dat op haar website (uitgeverij is een vrouwelijk woord).

Bij het-woorden die naar een vrouwelijke persoon of een vrouwelijk dier verwijzen, gebruiken we haar: Het meisje neemt haar fiets; Het afdelingshoofd viert haar verjaardag; Elk kippetje zoekt haar haan. Bij zulke woorden weegt het biologische geslacht sterker door dan het grammaticale.

 

2. hen / hun
Gebruik na een voorzetsel altijd hen, niet hun: voor hen, aan hen, met hen, door hen.

Als er geen voorzetsel voorafgaat, wordt de keuze tussen hen of hun bepaald door de functie van het persoonlijk voornaamwoord in de zin. Doordat daar vaak twijfel over bestaat, is het in gesproken taal moeilijk om het traditionele onderscheid tussen hen en hun vol te houden. Bij twijfel kunt u het best hen kiezen. Ook het onbeklemtoonde voornaamwoord ze is heel gewoon om naar personen te verwijzen (ik heb hen/ze gezien).

In verzorgde schrijftaal wordt met de functie nog iets meer rekening gehouden. Het belangrijkste verschil daarbij is het onderscheid tussen een lijdend voorwerp en een meewerkend voorwerp. Voor een lijdend voorwerp gebruiken we hen. In dat geval kan hen niet vervangen worden door een combinatie met een voorzetsel. Voor een meewerkend voorwerp is hun het correcte voornaamwoord. In dat geval kan hun vervangen worden door het voorzetsel aan in combinatie met hen.

lijdend voorwerp

  • Ik heb hen gezien.

  • Ik heb hen zien wandelen.

meewerkend voorwerp

  • Ik heb het hun verteld. (Ik heb het aan hen verteld.)

  • We zullen hun het boek opsturen. (We zullen het boek aan hen opsturen.)

 

3. zo'n / zulke mensen
Gebruik in combinatie met meervoudige zelfstandige naamwoorden de meervoudsvorm zulke.

  • Je moet zo'n zulke mensen niet vertrouwen.

  • Bij zo'n zulke klachten is een inwendig onderzoek nodig.

Het aanwijzend voornaamwoord zo'n is de verkorte vorm van de enkelvoudsvorm zo een, zoals in zo'n kind. Zo'n kan wel met een meervoudig zelfstandig naamwoord gecombineerd worden als dat zelfstandig naamwoord door een telwoord wordt voorafgegaan. Zo'n staat dan bij dat telwoord en betekent 'ongeveer'. Bijvoorbeeld: Onze vereniging telt zo'n vijftig leden.

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 10.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons