zij / haar

Het is aanbevolen om in vergelijkingen de vorm zij te gebruiken na dan en als. U kunt die vorm vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Jij bent jonger dan zij (is), en niet Jij bent jonger dan haar (is)*.

  • Jij bent jonger dan zij.
  • Wij hebben een andere auto dan zij.
  • Ik ben even blij als zij.
  • Stijn is (net) zo belangrijk als zij.
  • Koen verdient evenveel als zij.
  • Hij denkt hetzelfde als zij.

Na zoals heeft de vorm zij de voorkeur. U kunt die vorm ook in dit geval vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Ze is niet zoals zij (is), en niet Ze is niet zoals haar (is)*.

  • Kris zingt niet zoals zij.
  • We zijn al jaren op zoek naar een actrice zoals zij.

Bij werkwoorden die een oordeel of waardering uitdrukken – zoals vinden, appreciëren, achten – is zowel zij als haar mogelijk, maar dan is er een betekenisverschil.

  • Ik apprecieer jou meer dan zij. (= meer dan zij jou apprecieert)
  • Ik apprecieer jou meer dan haar. (= meer dan ik haar apprecieer)
  • Ik apprecieer jou niet zoals zij. (= zoals zij jou apprecieert)
  • Ik apprecieer jou niet zoals haar. (= zoals ik haar apprecieer)

Taaladvies.net
Zoals hem / zoals hij

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 10.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons