zijn: u bent / u is, bent u / is u

Vervoeging:

  • ik ben, je bent, u bent, hij is, wij zijn
    bij inversie met je/jij als onderwerp: wie ben je, dat ben jij
  • ik was, wij waren
  • ik ben geweest

Bij de u-vorm is er soms twijfel over de keuze tussen bent en is. De correcte vormen zijn u bent en bent u. U is en is u worden als verouderd beschouwd.

Taaladvies.net
U is / bent

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 10.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons