aantal (enkelvoud of meervoud)

Als in het onderwerp van een zin een aantal gevolgd wordt door een meervoudig zelfstandig naamwoord, kan de persoonsvorm bijna altijd zowel in het enkelvoud als in het meervoud staan.

  • Een aantal kinderen is / zijn ziek geworden tijdens de schoolreis.
  • Een aantal kinderen heeft /hebben diarree gekregen tijdens de schoolreis.

Soms dwingt de context een enkelvoudige of meervoudige persoonsvorm af. Als de nadruk ligt op het geheel, is een enkelvoudige persoonsvorm noodzakelijk. Een aantal kan dan niet vervangen worden door enkele of heel veel. Als de nadruk ligt op de afzonderlijke delen, moet de persoonsvorm in het meervoud staan.

  • Een aantal collega’s kwam als groep te laat binnen op de vergadering.
  • Een aantal collega’s druppelden een voor een te laat binnen op de vergadering.

Als er een bijvoeglijk naamwoord tussen een en aantal staat, heeft een enkelvoudige persoonsvorm de voorkeur.

  • Een indrukwekkend aantal mensen is te laat gearriveerd.
  • Een groot aantal mensen heeft te laat gereageerd.

Taaladvies.net
Aantal (een - mensen waren / was)

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback