alle / al de / al het

In de meeste contexten is zowel alle als al de of al het correct.

  • Alle / al de deelnemers hebben zich afgemeld.
  • Alle / al de zoogdieren in deze dierentuin worden extra in de gaten gehouden.
  • Alle / al de pluisjes die je ziet, komen van die knotwilgen.
  • Alle / al het afval moet tegen volgende week opgeruimd zijn.

Bij heel algemene uitspraken over een hele categorie is alleen alle gebruikelijk.

  • Alle zoogdieren hebben haren.
  • Alle mensen zijn sterfelijk.

Er bestaat ook een sterke voorkeur voor alle als er een hoofdtelwoord volgt dat een voorbepaling is bij het zelfstandig naamwoord.

  • Alle vijftien deelnemers hebben zich afgemeld.

Alle is in contexten waarin naar een specifieke categorie of hoeveelheid verwezen wordt, soms minder gebruikelijk. Al de en al het hebben dan een sterk specificerende functie, zoals al die en al dat.

  • Onze tuin staat vol met knotwilgen, vandaar al de / al die pluisjes.
  • Je moet al het / al dat afval in die straat weghalen.

Taaladvies.net
Alle / al het / al de

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons