ervan af willen / ervanaf willen / er van af willen*

Ervanaf willen en ervan af willen zijn beide correcte spellingen, maar er is een verschil tussen beide constructies.

Bij ervanaf willen geeft ervanaf een bijwoordelijke bepaling van plaats aan. Het kan vervangen worden door een voorzetsel (en achterzetsel) en een naamwoord, bijvoorbeeld van de tafel (af).

  • De kat zit op tafel en wil ervanaf. (= wil van de tafel af)

Bij ervan af willen wordt willen min of meer zelfstandig gebruikt, maar er kan het werkwoord zijn bij worden gedacht: ervan af willen zijn. De betekenis is 'verlost willen zijn van iets'.

  • Ik heb te veel boeken en wil ervan af. (= wil van de boeken af zijn, verlost zijn)

Taaladvies.net
Afwillen / af willen

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.500 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons