ervoor / er voor

We schrijven ervoor aan elkaar als het een voornaamwoordelijk bijwoord is. Dat is het geval als u de combinatie kunt vervangen door het oorspronkelijke voorzetsel en een naamwoord.

  • Hij zit ervoor. (= hij zit ergens voor, bijvoorbeeld voor de televisie)
  • Ze zorgt ervoor. (= ze zorgt voor iets of iemand, bijvoorbeeld voor de kinderen)
  • Hij pleit ervoor. (hij pleit voor iets of iemand, bijvoorbeeld voor vrijstelling)

Na ervoor kan ook een dat-zin of een beknopte bijzin volgen. De dat-zin of de beknopte bijzin heeft in zulke zinnen dezelfde functie als een naamwoord.

  • Ze zorgt ervoor dat de noodhulpgoederen bij de slachtoffers belanden. (= ze zorgt voor iets, zoals in: ze zorgt voor de kinderen)
  • Hij pleit ervoor om alle beschuldigden van verdere vervolging vrij te stellen. (= hij pleit voor iets, zoals in: hij pleit voor vrijstelling)

In andere gevallen schrijven we er voor in twee woorden. Er en voor zijn dan woorden die tot een verschillend zinsdeel behoren.

  • Wie gaat er voor het eten zorgen? (voor hoort bij het eten)
  • Gisteren was er voor de deelnemers aan het congres een receptie. (voor hoort bij de deelnemers)
  • De aarde werd er voorgesteld als een platte schijf. (voor en stellen vormen samen het werkwoord voorstellen)


aaneenschrijven - combinaties met voorzetsels en bijwoorden

Taaladvies.net
Aaneenschrijven van combinaties met er, daar, hier en waar (algemeen)
Combinaties met er: loze voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)

Meer weten over Team Taaladvies?

Lees ons magazine!

cover Heerlijk Helder-magazine

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.500 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons