factuur: de factuur / het factuur*

Factuur is een vrouwelijk de-woord. Een bijvoeglijk naamwoord bij factuur krijgt altijd een buigings-e: de onbetaalde factuur, een onbetaalde factuur, onbetaalde factuur.

  • Stuur de factuur maar naar mijn huisbaas.
  • Ik viel achterover toen ik het bedrag op die factuur zag!
  • Hij heeft elke factuur netjes betaald.
  • We kunnen jaarlijks al snel 100 euro op onze factuur besparen.

In de standaardtaal is factuur als het-woord niet correct: het factuur*, dat factuur*, elk factuur*, ons factuur*.

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons