gepaard gaan met / gepaard gaan aan*

De correcte vorm is gepaard gaan met. Gepaard gaan aan* is niet correct. Gepaard gaan met betekent 'verbonden zijn aan', 'als begeleidend verschijnsel of gevolg hebben'. Met wordt mee in voornaamwoordelijke bijwoorden zoals ermee, hiermee en daarmee.

  • Geluidsoverlast gaat gepaard met gezondheidsproblemen.
  • Er zijn ongetwijfeld bloed, zweet en tranen mee gepaard gegaan.

Als gepaard zonder gaan gebruikt wordt in de betekenis 'samenhangend met', is het voorzetsel aan wel correct.

  • Bij zijn ontwerpen is functionaliteit gepaard aan design.

Als voltooid deelwoord van het werkwoord paren wordt gepaard ook met aan gecombineerd in de betekenissen 'twee aan twee rangschikken' en 'koppelen'.

  • In de dansles wordt ze gepaard aan de beste danser.
  • Hij heeft behendigheid aan scherpzinnigheid gepaard.

Taaladvies.net
Gepaard gaan aan / met

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons