heffen (vervoegen)

Vervoeging:

  • ik hef, jij heft, hij heft (zoals ik til, jij tilt, hij tilt)
    bij inversie: hef ik, wat heft je broer, heft hij (zoals til ik, wat tilt je broer, tilt hij)
    bij inversie met je/jij als onderwerp: wat hef jij, wat hef je zoal (zoals wat til jij, wat til je zoal)
  • gebiedende wijs: hef het glas (zoals til de gewichten)
  • ik hief, wij hieven
  • ik heb geheven
  • de geheven belastingen
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons