hen / hun / ze / haar* (vrouwelijk meervoud)

Om naar meerdere vrouwen te verwijzen, gebruiken we de voorwerpsvormen hen, hun of ze. Met dezelfde meervoudsvormen verwijzen we ook naar mannen. Het gebruik van haar als vrouwelijk meervoud van het persoonlijk voornaamwoord is verouderd.

  • De meisjes hoopten dat de boer hen / ze niet gezien had.
  • De vader van de zusjes heeft nooit geweten wat er met hen / ze is gebeurd.
  • De vrouwen waren verontwaardigd omdat hun / ze geen deal werd aangeboden.
  • De hockeyspeelsters eindigden op hun beurt vierde bij de Europese kampioenschappen.

Taaladvies.net
Haar / hen (vrouwelijk meervoud)

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons