het afgelopen anderhalf jaar / de afgelopen anderhalf jaar*

Correct is het afgelopen anderhalf jaar.

In combinaties met anderhalf en half staat het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Dat geldt ook voor tijdsaanduidingen met het woord afgelopen. Bij het zelfstandig naamwoord staat het lidwoord de of het, overeenkomstig het geslacht van het woord.

  • de afgelopen anderhalve maand, de afgelopen anderhalve week, de afgelopen halve maand
  • het afgelopen anderhalf jaar, het afgelopen anderhalf uur, het afgelopen half jaar, het afgelopen half uur

Als in zulke tijdsaanduidingen met het woord afgelopen een meervoudig zelfstandig naamwoord staat, gebruiken we het lidwoord de. Dat geldt ook voor tijdsaanduidingen met de woorden jaar, kwartier en uur, die in combinatie met een telwoord in de regel onveranderd blijven.

  • de afgelopen (drie) maanden, de afgelopen (drie) weken, de afgelopen (vijf) weekends, de afgelopen jaren, de afgelopen uren
  • de afgelopen vijf jaar, de afgelopen drie kwartier, de afgelopen twee uur

Taaladvies.net
Anderhalf jaar (in de / het afgelopen -)

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons