hetzelfde als jij / hetzelfde als jou

In de meeste gevallen is het aan te bevelen om na de woorden hetzelfde en dezelfde + als de vorm jij te gebruiken, omdat de zin een onderwerpsvorm vereist. U kunt die vorm vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Hij denkt hetzelfde als jij (denkt), en niet Hij denkt hetzelfde als jou* (denkt).

  • Hij denkt hetzelfde als jij.
  • Zij heeft hetzelfde gevoel voor humor als jij.

In sommige gevallen is zowel jij als jou mogelijk na hetzelfde of dezelfde, maar dan is er een betekenisverschil. Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is jij de correcte vorm. Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is jou correct. Die dubbele analyse is bijvoorbeeld mogelijk bij werkwoorden die een oordeel of waardering uitdrukken (zoals vinden, appreciëren, achten), bij waarnemingswerkwoorden (zoals horen, zien) en in zinnen met een meewerkend voorwerp.

  • Ik apprecieerde haar om hetzelfde feit als jij. (= hetzelfde als waarom jij haar apprecieerde)
  • Ik apprecieerde haar om hetzelfde feit als jou. (= hetzelfde als waarom ik jou apprecieerde)
  • Hij hoorde hen op hetzelfde moment als jij. (= hetzelfde als waarop jij hen hoorde)
  • Hij hoorde hen op hetzelfde moment als jou. (= hetzelfde als waarop hij jou hoorde)
  • Zij gaf mij hetzelfde cadeau als jij. (= hetzelfde als jij aan mij gaf)
  • Ze gaf mij hetzelfde cadeau als jou. (= hetzelfde als ze aan jou gaf)

Taaladvies.net
Groter dan mij / ik

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons