hij / hem

Het is aanbevolen om in vergelijkingen de vorm hij te gebruiken na dan en als. U kunt die vorm vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Jij bent jonger dan hij (is), en niet Jij bent jonger dan hem (is)*.

  • Jij bent jonger dan hij.
  • Wij hebben een andere auto dan hij.
  • Ik ben even blij als hij.
  • Stijn is (net) zo belangrijk als hij.
  • Koen verdient evenveel als hij.
  • Zij denkt hetzelfde als hij.

Na zoals heeft de vorm hij de voorkeur. U kunt die vorm ook in dit geval vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Ze is niet zoals hij (is), en niet Ze is niet zoals hem (is)*.

  • Ze zingt niet zoals hij.
  • We zijn al jaren op zoek naar een acteur zoals hij.

Bij werkwoorden die een oordeel of waardering uitdrukken – zoals vinden, appreciëren, achten – is zowel hij als hem mogelijk, maar dan is er een betekenisverschil.

  • Ik apprecieer jou meer dan hij. (= meer dan hij jou apprecieert)
  • Ik apprecieer jou meer dan hem. (= meer dan ik hem apprecieer)
  • Ik apprecieer jou niet zoals hij. (= zoals hij jou apprecieert)
  • Ik apprecieer jou niet zoals hem. (= zoals ik hem apprecieer)

Taaladvies.net
Zoals hem / zoals hij

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback