houden (vervoegen)

Vervoeging:

  • ik hou / ik houd, jij houdt, hij houdt, wij houden
    bij inversie: hou ik / houd ik, houdt je broer, houdt hij
    bij inversie met je/jij als onderwerp: hou je / houd je van chocolade, waar hou jij / houd jij van
  • gebiedende wijs: hou / houd op!
  • ik hield, jij hield, hij hield, wij hielden
  • ik heb gehouden

Waar twee vormen mogelijk zijn, is zowel in gesproken als in geschreven taal de vorm zonder d het gewoonst.

Taaladvies.net
Hou(d) op, ik hou(d) daar niet van

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons