ik die … ben / is*

In zinnen zoals Ik, die ziek ben, … en ik, die alles goed vind is de eerste persoon de correcte werkwoordsvorm. Als het betrekkelijk voornaamwoord die onderwerp van een bijzin is, komt de persoonsvorm van die bijzin in getal en persoon overeen met het antecedent. Dat is het woord of zinsdeel waarnaar het betrekkelijk voornaamwoord die verwijst.

  • Ik, die ziek ben, moet dit jaar thuisblijven. (die verwijst naar ik, dus ben)
  • Ik, die alles goed vind, vind ook dit goed. (die verwijst naar ik, dus vind)
  • Ik, die graag reis, moet dit jaar thuisblijven. (die verwijst naar ik, dus reis)
  • Jij, die graag op reis bent, hebt geen vakantiedagen meer. (die verwijst naar jij, dus bent)

Deze regel geldt ook voor zinnen van het type Ik ben het die alles goed vindt. Daarin staat de persoonsvorm van de bijzin in de derde persoon omdat ook het antecedent, het, een derde persoon is. Die regel geldt ook in vergelijkbare gevallen als het antecedent de enige(n) of degene(n) is.

  • Ik ben het die alles goed vindt.
  • Ik ben de enige die alles goed vindt.
  • Ik ben degene die alles goed vindt.
  • Jij bent het die graag op reis is.
  • Wij zijn het die graag reizen.
  • Wij zijn de enigen die graag reizen.
  • Wij zijn degenen die graag reizen.

Taaladvies.net
De enige die ben / is

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons