ikzelf / mijzelf

Ikzelf is de onderwerpsvorm van de eerste persoon enkelvoud. Die wordt gebruikt als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult. Mijzelf (of mezelf) is de voorwerpsvorm. Die vorm wordt bijvoorbeeld gebruikt als het voornaamwoord de functie van lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp vervult of na een voorzetsel staat.

  • Ikzelf heb dat nog nooit gedaan. (onderwerp)
  • Ik vind mijzelf niet op de foto. (lijdend voorwerp)
  • Ik geef mijzelf een tien. (meewerkend voorwerp)
  • Ik doe het voor mijzelf. (na een voorzetsel)

Twijfel tussen ikzelf en mijzelf is mogelijk na dan, als en zoals. In de meeste van die gevallen is het aan te bevelen om de vorm ikzelf te gebruiken, omdat de zin een onderwerpsvorm vereist.

  • Hij weet meer over mij dan ikzelf. (= dan ikzelf over mij weet)
  • Wie is beter geschikt om ons land te vertegenwoordigen dan ikzelf?
  • Mijn zoon verdient evenveel als ikzelf.
  • Mijn collega's willen hetzelfde als ikzelf.
  • Ze werkt fulltime, zoals ikzelf.
  • Deze chocoladebar is een must voor zoetekauwen zoals ikzelf. (= zoetekauwen zoals ikzelf er een ben)

In sommige gevallen is zowel ikzelf als mijzelf mogelijk na dan, als of zoals, maar dan is er een betekenisverschil. Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is ikzelf de correcte vorm. Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is mijzelf correct. Die dubbele analyse is bijvoorbeeld mogelijk bij werkwoorden die een oordeel of waardering uitdrukken (zoals vinden, appreciëren, achten), bij waarnemingswerkwoorden (zoals horen, zien), in zinnen met een meewerkend voorwerp en na ander(e) of anders + dan.

  • Mijn man apprecieert haar niet zoals ikzelf. (= zoals ikzelf haar apprecieer)
  • Mijn man apprecieert haar niet zoals mijzelf. (= zoals hij mijzelf apprecieert)
  • Zij ziet mijn man vaker dan ikzelf. (= vaker dan ikzelf mijn man zie)
  • Ze ziet mijn man vaker dan mijzelf. (= vaker dan ze mijzelf ziet)
  • Zij gaf mijn dochter hetzelfde cadeau als ikzelf. (= hetzelfde als ikzelf aan mijn dochter gaf)
  • Ze gaf mijn dochter hetzelfde cadeau als mijzelf. (= hetzelfde als ze aan mijzelf gaf)
  • Maar niemand anders dan ikzelf kan dit gedaan hebben! (zoals in Ikzelf heb dit gedaan)
  • Ik vertrouw niemand dan mijzelf. (zoals in Ik vertrouw mijzelf)

Een apart geval is Het is sterker dan mezelf / ikzelf. In die combinatie is zowel ikzelf als mezelf correct, maar het is sterker dan mezelf is gebruikelijker dan het is sterker dan ik(zelf). Het is sterker dan mezelf kan beschouwd worden als een vaste combinatie.

  • Ik heb alle koekjes opgegeten; het was sterker dan mezelf / ikzelf.

Twijfel tussen ikzelf en mijzelf is ook mogelijk na behalve. Behalve ikzelf is correct als er een band is met het onderwerp van de zin. Behalve mijzelf is correct als er een band is met een ander zinsdeel dan het onderwerp.

  • Niemand weet dit, behalve ikzelf. (niemand = onderwerp)
  • Ik had de hele groep aangemeld, behalve mijzelf. (de hele groep = lijdend voorwerp)
  • Ik gaf iedereen een stuk, behalve mijzelf. (iedereen = meewerkend voorwerp)

Twijfel is ten slotte ook mogelijk in zinnen met een meewerkend voorwerp dat als onderwerp kan worden aangevoeld, zoals passieve zinnen met het werkwoord vragen. In zulke zinnen zijn er vaak twee grammaticale analyses mogelijk, waardoor beide vormen te verdedigen zijn.

  • Mijzelf werd niet gevraagd om daaraan deel te nemen. (mijzelf = meewerkend voorwerp; om-zin = onderwerp)
  • Ikzelf werd niet gevraagd om daaraan deel te nemen. (ikzelf = onderwerp; om-zin = lijdend voorwerp)


dan ikzelf / dan mijzelf / dan mezelf
als ikzelf / als mijzelf
zoals ik / zoals mij
behalve ik / mij

Taaladvies.net
Het is sterker dan ik(zelf) / mezelf
Congruentie bij een als onderwerp gevoeld indirect object (algemeen)

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons