jezelf / je zelf, jijzelf / jij zelf, jouzelf / jou zelf

Alle vormen zijn correct, maar er is een verschil in gebruik. Zelf wordt aan het persoonlijk voornaamwoord je, jij of jou vast geschreven als het een versterkende functie heeft.

  • Jijzelf hebt daar vast geen last van.
  • Dat geldt ook voor jezelf / jouzelf.
  • De beste tips komen van jezelf / jouzelf.

Zelf kan ook deel uitmaken van het wederkerend voornaamwoord jezelf of jouzelf. Het wordt dan als één woord geschreven.

  • Trakteer jezelf op een heerlijke cappuccino.
  • Je berokkent jezelf daar geen schade mee.
  • Hou dat nieuws nog even voor jezelf / jouzelf.

Zelf kan een apart woord zijn dat volgt op het voornaamwoord je, jij of jou. De twee woorden krijgen dan een aparte klemtoon. Er kan een korte pauze vóór zelf komen. Zelf heeft de betekenis 'persoonlijk, op eigen houtje, eigenhandig'.

  • Wat je zelf doet, doe je beter.
  • Daar heb jij zelf vast geen last van.
  • Ik laat het liever aan jou zelf over om dat feest te organiseren.

Taaladvies.net
Je zelf / jezelf

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons