katern: de katern / het katern

Katern kan in het Nederlands zowel een mannelijk de-woord als een het-woord zijn. U kunt uw taalgevoel volgen, maar pas uw keuze wel consequent toe.

  1. Als u de katern zegt, zegt u ook die/deze katern, elke katern, onze katern en krijgt een bijvoeglijk naamwoord altijd een buigings-e: de uitneembare katern, een uitneembare katern, uitneembare katern.
  2. Als u het katern zegt, zegt u ook dit/dat katern, elk katern, ons katern en krijgt een bijvoeglijk naamwoord geen buigings-e na bijvoorbeeld een en elk: een uitneembaar katern, elk uitneembaar katern, uitneembaar katern.
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback