koi: koi / kois

Het zelfstandig naamwoord koi heeft in het Nederlands twee meervouden: koi en kois.

  • Ik heb er prachtige koi / kois gezien.
  • Hij heeft twee koi / kois te koop.
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback