komma ,

De komma is een leesteken dat we gebruiken om een pauze in een zin aan te geven en de structuur van een zin te verduidelijken. De komma wordt in verschillende contexten gebruikt, bijvoorbeeld in opsommingen en vóór uitbreidende betrekkelijke bijzinnen.

  • Ik ben gisteren naar de infosessie geweest, jij niet.
  • Toen ik gisteren naar de infosessie ging, kwam ik Hind tegen.
  • Morgen zie ik Wendy, Bart en Suzy.
  • Mijn oudste broer, die in Leuven woont, is morgen jarig. (uitbreidende betrekkelijke bijzin)

Met een puntkomma combineren we twee zinnen tot één langere zin. De puntkomma houdt het midden tussen de komma en de punt. Net als de punt sluit de puntkomma een zin af, maar tegelijkertijd maakt ze duidelijk dat er een nauwe band is met de volgende zin.

  • De directeur gaf toelichting bij de nieuwe maatregelen; het personeel kon vragen stellen.
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback