loslaten: loslaten / los laten*, loslaat / los laat*

Het werkwoord loslaten wordt in één woord geschreven. Ook de vervoegde vormen schrijven we in één woord, tenzij de twee delen (los en laten) gescheiden worden door andere woorden (bijvoorbeeld: dat ik los heb gelaten), of de volgorde ervan gewisseld is (bijvoorbeeld: ik liet het los).

Vervoeging:

  • ik laat los, jij laat los, wij laten los
  • … dat ik loslaat, … dat zij loslaten
  • ik liet los, wij lieten los
  • … dat ik losliet, … dat zij loslieten
  • ik heb losgelaten


aaneenschrijven - vervoegde werkwoordsvormen

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons