modaliteit (taalkundige term)

Met het woord modaliteit wordt in de taalkunde verwezen naar de houding die een spreker uitdrukt ten opzichte van wat hij zegt. Die houding kan betrekking hebben op de werkelijkheidswaarde (bijvoorbeeld waarschijnlijkheid, mogelijkheid, onmogelijkheid), de wenselijkheid (bijvoorbeeld hoop, verlangen) en de gevoelswaarde (bijvoorbeeld spijt, medelijden) van de genoemde stand van zaken. Modaliteit kan onder meer worden uitgedrukt door bijwoorden, modale hulpwerkwoorden, de gebiedende wijs en de verleden tijd. In de onderstaande voorbeelden staan de modale elementen cursief.

  • Els heeft het nieuwtje aan Dominiek verteld.
  • Els kan dat nieuwtje aan Dominiek verteld hebben.
  • Els heeft dat nieuwtje waarschijnlijk aan Dominiek verteld.
  • Els moet dat nieuwtje aan Dominiek verteld hebben.
  • Els moet dat nieuwtje aan Dominiek vertellen.
  • Els, vertel dat nieuwtje maar aan Dominiek.
  • Els heeft dat nieuwtje jammer genoeg aan Dominiek verteld.
  • Els blijkt dat nieuwtje aan Dominiek verteld te hebben.
  • Els had dat nieuwtje aan Dominiek moeten vertellen.
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback