modem: de modem / het modem

Modem kan in het Nederlands zowel een mannelijk de-woord als een het-woord zijn, zonder betekenisverschil.

U kunt uw taalgevoel volgen, maar pas uw keuze wel consequent toe.

  • Als u de modem zegt, zegt u ook die/deze modem, elke modem, onze modem en krijgt een bijvoeglijk naamwoord altijd een buigings-e: de snelle modem, een snelle modem, snelle modem.
  • Als u het modem zegt, zegt u ook dit/dat modem, elk modem, ons modem en krijgt een bijvoeglijk naamwoord geen buigings-e na bijvoorbeeld een en elk: een snel modem, elk snel modem, snel modem.

Taaladvies.net
Modem (de / het -)

Meer weten over Team Taaladvies?

Lees ons magazine!

cover Heerlijk Helder-magazine

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons