moment dat / waarop / wanneer

Het moment dat, het moment waarop en het moment wanneer zijn alle drie correcte formuleringen.

Als er op de combinatie van de/het (of die/dat) en een zelfstandig naamwoord zoals moment, dag, uur, maand, periode of jaar een bijzin volgt, kan die worden ingeleid door dat, maar ook door waarop of waarin, of door toen of wanneer. Toen is alleen bruikbaar als er verwezen wordt naar een eenmalige periode of gebeurtenis in het verleden. Als wanneer naar het verleden verwijst, kan het alleen voor een herhaalde handeling of gebeurtenis gebruikt worden.

  • het moment dat / waarop / wanneer je haar je jawoord zult geven
  • de dag dat / waarop / toen het zonlicht niet meer scheen
  • dat jaar dat / waarin / toen we dertig werden
  • de tijd dat / waarin / toen mensen nog in grotten leefden
  • de leeftijd dat / waarop / wanneer je mag autorijden
  • de tijd dat / waarin / wanneer / toen we nog geregeld naar de bioscoop gingen

Taaladvies.net
Dat / waarin (de periode -)

Meer weten over Team Taaladvies?

Lees ons magazine!

cover Heerlijk Helder-magazine

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.500 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons