op / met vakantie

Zowel op vakantie (zijn/gaan) als met vakantie (zijn/gaan) is correct, soms met een betekenisverschil.

Met vakantie kan zowel 'thuis, niet op het werk' als 'op een vakantiebestemming' betekenen. Op vakantie kan alleen 'op een vakantiebestemming' betekenen.

  • Yves is met vakantie en zit thuis te klussen.
  • Yves is met vakantie in Spanje.
  • Yves is op vakantie in Spanje.

Taaladvies.net
Vakantie (op / met -)

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback