opgehouden zijn / opgehouden hebben

Ophouden wordt in de betekenis 'eindigen, stoppen, niet doorgaan' in principe vervoegd met zijn.

  • We zijn er maar mee opgehouden.
  • Ik heb geen idee waarom ze ermee zijn opgehouden.
  • De regen is opgehouden.

In enkele gevallen kan ophouden ook met hebben worden vervoegd, vooral in de combinaties opgehouden hebben te bestaan en opgehouden hebben met regenen (hagelen, sneeuwen ...).

  • In 1991 heeft / is de Sovjet-Unie officieel opgehouden te bestaan.
  • Het heeft / is eindelijk opgehouden met regenen!

Taaladvies.net
Opgehouden te bestaan (het heeft / is -)

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback