order: de order / het order

Order kan in het Nederlands zowel een de-woord als een het-woord zijn, zowel in de betekenis 'bevel' als in de betekenis 'bestelling'. De order is gebruikelijker dan het order, maar u kunt uw taalgevoel volgen, als u uw keuze maar consequent toepast.

  1. Als u de order zegt, zegt u ook die/deze order, elke order, onze order en krijgt een bijvoeglijk naamwoord altijd een buigings-e: de grote order, een grote order, grote order.
  2. Als u het order zegt, zegt u ook dit/dat order, elk order, ons order en krijgt een bijvoeglijk naamwoord geen buigings-e na bijvoorbeeld een en elk: een groot order, elk groot order, groot order.

Meer weten over Team Taaladvies?

Lees ons magazine!

cover Heerlijk Helder-magazine

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.500 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons