paper: de paper / het paper

Paper wordt in het Nederlands meestal als een de-woord gebruikt, maar het kan ook een het-woord zijn.

U kunt uw taalgevoel volgen, maar pas uw keuze wel consequent toe.

  1. Als u de paper zegt, zegt u ook die/deze paper, elke paper, onze paper en krijgt een bijvoeglijk naamwoord altijd een buigings-e: de goede paper, een goede paper, goede paper.
  2. Als u het paper zegt, zegt u dit/dat paper, elk paper, ons paper en krijgt een bijvoeglijk naamwoord geen buigings-e na bijvoorbeeld een en elk: een goed paper, elk goed paper, goed paper.

Taaladvies.net
Woordgeslacht van Engelse leenwoorden (algemeen)

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback