personage: de personage / het personage

Personage wordt meestal als een het-woord gebruikt, maar het kan ook een vrouwelijk de-woord zijn.

U kunt uw taalgevoel volgen, maar pas uw keuze wel consequent toe.

  1. Als u het personage zegt, zegt u ook dit/dat personage, elk personage, ons personage en krijgt een bijvoeglijk naamwoord geen buigings-e na bijvoorbeeld een en elk: een fictief personage, elk fictief personage, fictief personage.
  2. Als u de personage zegt, zegt u ook die/deze personage, elke personage, onze personage en krijgt een bijvoeglijk naamwoord altijd een buigings-e: de fictieve personage, een fictieve personage, fictieve personage.

Taaladvies.net
Woordgeslacht (algemeen)

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons