rubber / rubberen

Zowel rubber als rubberen is correct als bijvoeglijk naamwoord.

  • Ik trek mijn rubber / rubberen laarzen aan om te gaan wandelen.

Rubber komt ook voor als eerste deel in samenstellingen, met de hoofdklemtoon op rubber. In dat geval is het een zelfstandig naamwoord.

  • Ik trek mijn rubberlaarzen aan om te gaan wandelen.

Taaladvies.net
Rubberen / rubber

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons