snijden (vervoegen)

Vervoeging:

  • ik snij / ik snijd, jij snijdt, hij snijdt, wij snijden
    bij inversie: snij ik / snijd ik, snijdt je broer, snijdt hij
    bij inversie met je/jij als onderwerp: wat snij je / snijd je eerst, snij jij / snijd jij de groenten
  • gebiedende wijs: snij / snijd het brood!
  • ik sneed, jij sneed, hij sneed, wij sneden
  • ik heb gesneden

Waar twee vormen mogelijk zijn, is zowel in gesproken als in geschreven taal de vorm zonder d het gewoonst.

Taaladvies.net
Hou(d) op, ik hou(d) daar niet van

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback