soortnamen (hoofdletter, planten, dieren)

Woorden die soortnaam zijn, schrijven we in de regel met een kleine letter: stoel, tafel, wolk. Die regel geldt ook voor namen waarmee we planten, dieren en fruit benoemen. Het maakt daarbij niet uit of het om de naam van een familie, geslacht of soort gaat. Bijvoorbeeld: groene specht, huismus, olifant, paard, reptiel, rode bosmier, bosanemoon, jonagold, kiwi, madeliefje, rode biet, tulp, wilde kastanje.

Ook dier- en plantnamen die naar een eigennaam genoemd zijn, krijgen een kleine letter: dalmatiër, shetlander, shetlandpony, himalayaceder. De hoofdletter blijft wel behouden in namen met een afleiding van een aardrijkskundige naam, bijvoorbeeld Vlaamse gaai, Afrikaanse leeuw en Libanese ceder.

In de Latijnse benamingen krijgt de naam van het geslacht bij conventie een hoofdletter en de naam van de soort een kleine letter (Homo sapiens, Panthera leo, Wisteria sinensis).


hoofdletters - hoofdregels

Taaladvies.net
Dier-, plant- en fruitnamen (hoofdletters?)

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.500 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Meer weten over Team Taaladvies?

Lees ons magazine!

cover Heerlijk Helder-magazine

Volg ons