aaneenschrijven - 02. klinkerbotsing

Klinkerbotsing treedt op als twee opeenvolgende klinkertekens die tot een verschillende lettergreep behoren, als een lange klank of een tweeklank kunnen worden gelezen. Die verkeerde lezing voorkomen we met een koppelteken of een trema.
 

1. HOOFDREGEL 1: Schrijf een koppelteken bij klinkerbotsing tussen de delen van een samenstelling. Een samenstelling is een woord dat bestaat uit twee delen die beide ook zelfstandig kunnen voorkomen (keukentafel = keuken en tafel, ski-jas = ski en jas). Er is klinkerbotsing in de combinaties:

  • a+a, a+e, a+i, a+u

  • e+e, e+i, e+u

  • i+i, i+e, i+j

  • o+o, o+e, o+i, o+u

  • u+u, u+i

Deze regel geldt ook voor de -é-.

met verplicht koppelteken

  • a+: camera-angst, massa-executie, alinea-indeling, na-ijver, gala-uitnodiging

  • e+: twee-eiig, vanille-ijs, lente-uitje, café-uitbater

  • i+: ski-instructeur, plooi-ijzer, groei-economie, ski-jas

  • o+: auto-ongeluk, zo-even, metro-incident, audio-uitgang

  • u+: menu-uitdraai, milieu-inspectie

  • uitzondering: zoiets

 

2. Schrijf eventueel ook in samenstellingen waarin er geen klinkerbotsing is, een extra koppelteken om de leesbaarheid te vergroten.

met facultatief koppelteken
astmaonderzoek of astma-onderzoek, babyeczeem of baby-eczeem, niveauoverschrijdend of niveau-overschrijdend, privéauto of privé-auto, vanilleyoghurt of vanille-yoghurt, zijingang of zij-ingang

 

3. UITZONDERING: Schrijf een trema bij klinkerbotsing in getallen met het element -en-.

drindertig, drinhalf, twenhalf, twentwintig, twenvijftigste

 


 

4. HOOFDREGEL 2: Schrijf een trema bij klinkerbotsing in een ongeleed woord, een afleiding, een verbogen of een vervoegde vorm. Er is klinkerbotsing in de combinaties:

  • a+a, a+e, a+i, a+u

  • e+e, e+i, e+u

  • i+e

  • o+o, o+e, o+i, o+u

  • u+u, u+i

Deze regel geldt niet voor de combinaties i+i en i+j, zoals bij samenstellingen.
Een ongeleed woord is een woord waarin geen enkele samenstelling, afleiding of vormverandering door een uitgang te onderscheiden is (tafel, hygiëne, ladder, snel, wandel). Een afleiding is een woord dat bestaat uit een grondwoord en een of meer voor- of achtervoegsels (onschuldig). Voor- en achtervoegsels zijn delen die niet als afzonderlijk woord bestaan (on- en -ig).

met trema

  • a+: Kann, in, prozsch, Emms

  • e+: allergin, categorin, gedwe, ze barbecun, guropeaniseerd, bnvloeden, gpdatet

  • i+: skr, essentle, hygne, win

  • o+: crdinator, pzie, egsme

  • u+: vacm, inttie

  • uitzonderingen: geen klinkerbotsing maar toch een trema in linguïst, linguïstisch, linguïstiek, pinguïn ( = /wi/)

zonder trema

alinea, beargumenteren, geaaid, geautomatiseerd, realisatie, geolied, boa, coalitie, ambigue, ze fonduen, begroeiing, kopiist, bijectie

 

5. MAAR (1): Schrijf bij drie of meer klinkertekens geen trema op de letter die volgt op een -i-.

  • aaie: lawaaierig, uitzaaien, zwaaien

  • eie: aardbeien, eieren, keien

  • iee: apprecieerde, dieet, financieel

  • ieu: adieu, modieus, serieus

  • oeie: boeiend, groeien, koeien

  • ooie: dooier, glooiend, rotzooien

  • uie: kuieren, luie, uien

 

6. MAAR (2): Schrijf geen trema op de eerste letter van -ij- en -ui-.

beijveren, geijkt, geijzeld, geuit

 

7. MAAR (3): Schrijf geen trema in leenwoorden die nog als uitheems beschouwd worden. Zulke woorden behouden hun oorspronkelijke spelling. Het gaat onder andere om woorden die eindigen op de Latijnse uitgangen -eus en -eum en de Franse uitgangen -ien en -ienne.

  • clientèle, dolce far niente, Inuit, paella

  • in woorden op -eus of -eum: baccalaureus, museum, petroleum

  • in woorden op -ien of -ienne: bohemien, julienne, musicienne, opticien

 

8. MAAR (4): Schrijf -- in plaats van -ieë- in afleidingen, verbogen en vervoegde vormen van grondwoorden op -ie als de -ie in de verlengde vorm onbeklemtoond is.

bacteriën, ceremoniën, evangeliën, magiër, neuriën, neuriënd, oliën, poriën

 


 

9. UITZONDERING 1: Schrijf vóór het achtervoegsel -achtig een koppelteken bij klinkerbotsing. Dat is het geval in de combinatie a+a. Schrijf eventueel ook in gevallen waarin er geen klinkerbotsing is, een extra koppelteken om de leesbaarheid te vergroten.

met verplicht koppelteken

maffia-achtig, reuma-achtig

met facultatief koppelteken

adagioachtig of adagio-achtig, antilopeachtig of antilope-achtig, tsunamiachtig of tsunami-achtig

 

10. UITZONDERING 2: Schrijf na een voorvoegsel van Latijnse of Griekse oorsprong een koppelteken bij klinkerbotsing. Het gaat om voorvoegsels zoals a, aero, agro, ambi, anti, archi, audio, auto, bi, bio, co, contra, de, di, dia, duo, elektro, endo, extra, gastro, giga, hecto, hetero, homo, hydro, infra, intra, iso, loco, macro, maxi, mega, meso, meta, micro, mini, mono, morfo, multi, neo, ortho, paleo, para, peri, poly, pre, pro, proto, pseudo, psycho, quasi, re, recta, retro, semi, socio, supra, tele, tera, thermo, topo, tri, ultra, vice. Schrijf eventueel ook in gevallen waarin er geen klinkerbotsing is, een extra koppelteken om de leesbaarheid te vergroten.

met verplicht koppelteken

contra-indicatie, homo-erotisch, intra-arterieel, multi-interpretabel, re-integratie, semi-intellectueel, socio-economisch, vice-eersteminister

met facultatief koppelteken

antiaanbaklaag of anti-aanbaklaag, coauteur of co-auteur, proactief of pro-actief, quasionschuldig of quasi-onschuldig, reactiveren of re-activeren

 

11. MAAR: Schrijf een trema bij klinkerbotsing als het woord ongeleed is. Het woord kan dan niet beschouwd worden als een afleiding met een voorvoegsel van Latijnse of Griekse oorsprong. Coördinatie wordt bijvoorbeeld niet opgevat als combinatie van de betekenissen van co en ordinatie.

  • bi, tri, tetra: bnnale, trnnale, tetrder

  • co: cfficiënt, cncidentie, cperatie, cperatieve, cptatie, cpteren, crdinatie, crdinator, crdineren

  • pre: prminent, prmptief

  • re: rncarnatie, rncarneren, rnie


aaneenschrijven - 01. hoofdregels
aaneenschrijven - 03. samenkoppelingen
aaneenschrijven - 04. samenstellingen met gelijkwaardige delen
aaneenschrijven - 05. combinaties met eigennamen
aaneenschrijven - 06. namen van talen en dialecten
aaneenschrijven - 07. getallen, telwoorden en breuken
aaneenschrijven - 08. combinaties met cijfers, letters en symbolen
aaneenschrijven - 09. combinaties met initiaalwoorden, letterwoorden en verkortingen
aaneenschrijven - 10. bijzondere voor- en nabepalingen
aaneenschrijven - 11. combinaties met voorzetsels en bijwoorden
aaneenschrijven - 12. woordgroepen uit andere talen (behalve het Engels)
aaneenschrijven - 13. samentrekking
aaneenschrijven - 14. vervoegde werkwoordsvormen
aaneenschrijven - 15. woordgroep of samenstelling?
aaneenschrijven - 16. bijzondere combinaties

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback