klinkers - 1. enkele of dubbele klinker

Bij de spelling van de klinkers speelt het verschil tussen korte en lange klinkers en tussen open en gesloten lettergrepen een rol. Een klinker is kort in bal, bel, bil, bol en bul. Een klinker is lang in baan, been, biet, boon, buur, beul en boek. Lettergrepen zijn open als ze op een lange klinker of een tweeklank eindigen (ka•ter, keu•ze, lij•den). Lettergrepen zijn gesloten als ze op een medeklinker eindigen (kat•ten, kip•pen, kus•ten). Korte klinkers komen alleen voor in gesloten lettergrepen (bal, bal•len). Lange klinkers en tweeklanken komen voor in open en gesloten lettergrepen (baan, ba•nen, keus, keu•ze, tuin, tui•nen).
 

1. HOOFDREGEL 1: Schrijf de lange klinkers /aa/, /ee/, /oo/ en /uu/ dubbel in een gesloten lettergreep en enkel in een open lettergreep.
Op deze regel zijn uitzonderingen. Vooral leenwoorden worden vaak nog gespeld zoals in de taal van oorsprong, bijvoorbeeld shampoo, zoo, shampooën.

dubbele klinker
baas, geel, koor, stuur; boos•aardig, geel•achtig, wreed•aard

enkele klinker
sta, zo, cru; ba•zen, verge•len, bo•ze, stu•ren; ho•vaardig

 

2. UITZONDERING 1: Schrijf de lange klinker /ee/ dubbel aan het einde van woorden, in samenstellingen en afleidingen met die woorden, en in verbogen vormen van die woorden.
Op deze regel zijn uitzonderingen. Vooral leenwoorden worden vaak nog gespeld zoals in de taal van oorsprong, bijvoorbeeld in spe, per se.

coryfee - coryfeeën; Heverlee - Heverleese (zoals in Heverlees); twee - tweede, tweedracht, tweeling, tweetjes, tweeën; zee - zeevis, overzeese (zoals in overzees)

 

3. UITZONDERING 2: Schrijf de lange klinker /ee/ dubbel in leenwoorden die in het Nederlands een vorm op -eeën of -eeër hebben en geen grondwoord op /ee/ hebben.

Europeeër (zoals in Europees), farizeeën - farizeeër (zoals in farizees), Pyreneeën (zoals in Pyrenees)

 

4. MAAR: Schrijf de lange klinker /ee/ met een enkel teken in de verbogen vorm op -ese(r) en in afleidingen op -isch en -isme van leenwoorden die geen grondwoord op /ee/ hebben.

  • in verbogen vormen op -ese(r): Europese, Europeser, farizese, Pyrenese

  • in afleidingen op -isch of -isme: farizeïsch, farizeïsme

 

5. UITZONDERING 3: Schrijf de lange klinker /oo/ altijd dubbel vóór de medeklinker ch.

goo•chelaar, loo•chenen

 

6. UITZONDERING 4: Schrijf de lange klinker /uu/ altijd enkel vóór de medeklinker w.

afschuw - afschuwelijk, schaduw - schaduwen

 

7. UITZONDERING 5: Schrijf het klinkerteken dubbel in verkleinwoorden op -tje als het grondwoord eindigt op een lange klinker die met één klinkerteken wordt geschreven. De é verliest daarbij het accent.

aloë - aloëetje, auto - autootje, café - cafeetje, demo - demootje, facsimile - facsimileetje, oma - omaatje, paraplu - parapluutje, ufo - ufootje

 


 

8. HOOFDREGEL 2: Schrijf de lange klinker /ie/ als -ie- in een gesloten lettergreep, in een beklemtoonde open lettergreep en aan het einde van een woord.
Op deze regel zijn veel uitzonderingen. De /ie/ van het achtervoegsel -isch wordt altijd als -i- gespeld, bijvoorbeeld diplomatisch, tragische. Ook woorden die aan een andere taal ontleend zijn, worden vaak nog gespeld zoals in de taal van oorsprong, bijvoorbeeld bami, juli, liter, oxide, ski, souvenir, taxi.

  • in een gesloten lettergreep: fabriek, fiets, lief, muziek, niet

  • in een beklemtoonde open lettergreep: gie•ter, spie•gel

  • aan het einde van een woord: bacterie, drie, jullie, knie, olie, parochie, visie

 

9. HOOFDREGEL 3: Schrijf de lange klinker /ie/ als -i- in een open lettergreep die geen hoofdklemtoon heeft.

absurdi•teit, fabri•cage, fi•guur, gi•taar, identi•fi•ceren, mi•li•eu, muzi•kaal, parochi•aan, vi•si•onair

 

10. Schrijf -ieë- in afleidingen, verbogen en vervoegde vormen van grondwoorden op -ie als de -ie in de verlengde vorm beklemtoond is. Schrijf -- als de -ie in de verlengde vorm onbeklemtoond is.

klemtoon op /ie/
categorieën, ceremonieën, fantasieën, knieën, theorieën

geen klemtoon op /ie/
bacteriën, ceremoniën, evangeliën, magiër, neuriën, neuriënd, oliën, poriën

 

11. Schrijf de eind-i als -ie- in verkleinvormen, vóór het achtervoegsel -ster en in bepaalde werkwoordsvormen.

  • in verkleinvormen: bikini - bikinietje, kiwi - kiwietje, ski - skietje, taxi - taxietje

  • vóór het achtervoegsel -ster: ski - skiester

  • in werkwoordsvormen: ski - hij skiet, skiede, heeft geskied; taxi - het vliegtuig taxiet, taxiede, heeft getaxied


klinkers - 2. gebruik van accenttekens
zelfstandige naamwoorden - 1. spelling van bezitsvormen
zelfstandige naamwoorden - 2. spelling van meervouden
zelfstandige naamwoorden - 3. spelling van verkleinwoorden

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons