spits: de spits / het spits, de spits afbijten / het spits afbijten

Het zelfstandig naamwoord spits is in alle betekenissen een de-woord. 

  • De haan staat op de spits van de toren.
  • Mijn zoon speelde in de spits tijdens de voetbalwedstrijd afgelopen zondag.
  • Tijdens de spits zitten lijnbussen vaak overvol.

Alleen in de vaste uitdrukkingen de/het spits afbijten ('de eerste in de aanval zijn', 'iets als eerste doen') en de/het spits bieden aan ('zich krachtig verzetten tegen') kan spits ook een het-woord zijn.

Taaladvies.net
Spits (de / het - afbijten)

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons