tevergeefs / vergeefs

Als bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord kan alleen vergeefs gebruikt worden.

  • Ze hebben een vergeefse poging gedaan om de vluchtelingen te redden.

Bij een koppelwerkwoord kunnen vergeefs en tevergeefs allebei voorkomen als naamwoordelijk deel van het gezegde.

  • De pogingen om de vluchtelingen te redden waren vergeefs / tevergeefs.

Vergeefs en tevergeefs kunnen ook beide als bijwoord gebruikt worden. Het geeft dan nadere informatie over de handeling die door het werkwoord wordt uitgedrukt.

  • Ze hebben vergeefs / tevergeefs geprobeerd om de vluchtelingen te redden.

Taaladvies.net
Tevergeefse / vergeefse

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons