truc / truuk*, trucs / truken

De correcte spelling is truc.

Het meervoud van truc is trucs of truken. De vorm trucs is het gebruikelijkst. Truken komt bijvoorbeeld voor in de samenstelling trukendoos (gebruikt in de figuurlijke betekenis 'hoeveelheid trucjes waarover iemand beschikt').

  • Ik heb een paar nieuwe goocheltrucs geleerd.
  • De kelner, oud geworden in zijn vak, trekt zijn hele trukendoos open om te voorkomen dat hij zal worden afgedankt.

Taaladvies.net
Trucendoos / trukendoos

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.500 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons