vanaf / van af*, vanop / van op*, vanuit / van uit*

De voorzetsels vanaf, vanop en vanuit worden in één woord geschreven.

  • Het vaccin wordt toegediend vanaf de leeftijd van twee jaar.
  • Vanaf 1 maart heeft het bedrijf een nieuwe algemeen directeur.
  • Je kunt het vliegtuig zien vanaf een afstand.
  • Je kunt het vliegtuig zien vanop (een) afstand.
  • Het vliegtuig zal vertrekken vanaf Zaventem.
  • Het vliegtuig zal vertrekken vanuit Zaventem.
  • Het vliegtuig zal vertrekken vanop Zaventem.
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons