vinden (vervoegen)

Vervoeging:

  • ik vind, jij vindt, u vindt, hij vindt, wij vinden
    bij inversie: vind ik, wat vindt je broer, vindt u, vindt hij
    bij inversie met je/jij als onderwerp: wat vind je leuk, wat vind jij
  • gebiedende wijs: vind maar eens een goed voorbeeld
  • ik vond, jij vond, u vond, hij vond, wij vonden
  • ik heb gevonden
  • de gevonden exemplaren

Er is een eenvoudig trucje om te achterhalen of u in de tegenwoordige tijd -d of -dt moet schrijven: vergelijk het werkwoord waarover u twijfelt met een werkwoord waarvan de stam niet op een -d eindigt – bijvoorbeeld lopen, denken of zoeken – en spel het op dezelfde manier.

  • ik vind, zoals ik denk
  • je/jij vindt, zoals je/jij denkt
  • vind je/jij, zoals denk je/jij
  • wat vindt je vader daarvan, zoals wat denkt je vader daarvan
  • u vindt, zoals u denkt
  • vindt u, zoals denkt u
  • hij vindt, zoals hij denkt
  • vindt hij, zoals denkt hij
  • vind maar eens een goed voorbeeld, zoals zoek maar eens een goed voorbeeld

Taaladvies.net
D / dt (tegenwoordige tijd): u rijd / u rijdt

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.500 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons