zijn (vervoegen)

Vervoeging van het werkwoord zijn:

  • ik ben, jij/u bent, hij is, wij zijn
    bij inversie: ben ik, ben jij, bent u, is hij, wie is je broer
  • gebiedende wijs: wees er vlug bij
  • ik was, jij/u was, hij was, wij waren
  • ik ben geweest
Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback