zullen (vervoegen)

Vervoeging:

  • ik zal, je zult / je zal, u zult / u zal, hij zal, wij zullen
  • ik zou, wij zouden

Bij de je/jij- en de u-vorm is er vaak twijfel over de keuze tussen zult en zal.

Je zult en je zal zijn allebei correct. De vorm zul(t) is de neutrale vorm in het hele taalgebied: je zult, jij zult, zul je, zul jij. In België is ook de vorm zal neutraal; in Nederland wordt die als informeler beschouwd: je zal, jij zal, zal je, zal jij. Als je de betekenis van men heeft, zijn beide vormen gelijkwaardig. Bijvoorbeeld: Je zult / zal het maar meemaken!

Ook u zult en u zal zijn allebei correct. De vorm zult is de neutrale vorm in geschreven taal: u zult, zult u. In België is in gesproken taal ook de vorm zal neutraal; in Nederland wordt die als informeel beschouwd: u zal, zal u.

De neutrale vorm zult komt overeen met de vorm die ook bij ge/gij wordt gebruikt: ge zult.

Vergelijkbare werkwoorden zijn kunnen en willen: je kunt / je kan, u kunt / u kan, je wilt / je wil, u wilt / u wil.

Taaladvies.net
Je wil, zal, kan / je wilt, zult, kunt
U wil, zal, kan / wilt, zult, kunt

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons